Als kleine jongen zei mijn moeder vaak:
“Beter welzijn dan welvaart.”
Meestal als ik weer eens vroeg of ik iets mocht hebben. Haar antwoord vertelde mij genoeg.
Later kwam daar een ander motto bij, dat nog steeds met me meereist:
“Beter een roodborst in de tuin dan een Tesla in de garage.”
Het zijn zinnen over hebben en zijn.
Over bezit of over aanwezigheid.
Over wat je hebt of over hoe je bent.
Die spanning tussen hebben en zijn komt niet alleen terug in levenswijsheden, maar ook heel concreet in het NT2-onderwijs. Juist deze twee werkwoorden blijken voor veel leerders lastig, niet vanwege grammatica alleen, maar vanwege betekenis.
Beginnende NT2-leerders worstelen vaak met deze werkwoorden.
Regelmatig worden ze in de verkeerde context gebruikt en worden vervoegingen door elkaar gehaald. Daarbij: in bijvoorbeeld het Arabisch zijn vaak twee woorden genoeg (“ik moe”), terwijl het Nederlands er drie vraagt (ik – ben – moe). Deze contrasten worden verder uitgewerkt in onze publicaties over NT2-onderwijs, waarin taalstructuren en betekenis centraal staan.
In mijn lessen kies ik er daarom bewust voor om niet te starten met uitleg over regels, maar met ervaring en betekenis.
Met een klein verhaaltje over een jongen en een berk, gebaseerd op het verhaal “de gulle boom” van Shel Silverstein. En met een handschoen voor hebben en een spiegel voor zijn. Zo worden “hebben” en “zijn” betekenisvolle woorden die je voelt, ziet en herkent en zodoende beter beklijven. Zo ontstaat een eenvoudige maar effectieve lesopzet voor hebben en zijn, waarin taal betekenis krijgt vóór correctheid.